Ons behandelstandpunt is op basis van een goede onderbouwing geschreven, maar het is geen ‘hard’ standpunt. Er kan dus altijd van worden afgeweken.
Jazeker. Een gezond kind met Downsyndroom (zonder significante problematiek op het gebied van afweer, hart of longen) wordt in onze triageleidraad beschouwd als ‘hoogste prioriteit’. Daar is geen twijfel over mogelijk.
Bij een venturimasker (oftewel het zuurstofkapje waar vaak ook over wordt verneveld) wordt een lagere flow gegeven met 5-8l/min, de ingeademde lucht bevat een zuurstoffractie van 40-60%, afhankelijk van de flow, deze moet ten minste 5 liter zijn zodat CO2-retentie niet optreedt. De nrbm heeft er een zak aan zitten, de flow en de fio2 is hoger, en CO2-retentie kan niet optreden, maar de consensus (weinig onderbouwing) is dat er een hoger risico op aerosolsverspreiding is. Vandaar het advies om daarbij ffp1-maskers te gebruiken.
We gaan ervan uit dat dit een hypothetische kwestie is. Zeker in de situatie waarin we aanstonds dreigen te komen zal er (ook landelijk) worden ingezet op het waarborgen van ambulancevervoer teneinde IC-capaciteit vrij te maken. Maar indien zo’n situatie zich ergens in Nederland zou voordoen, willen we dat graag onmiddellijk weten, zodat we actie kunnen ondernemen.
Ten aanzien van de eerste 48 uur is het standpunt op dit moment dat het veilig kan, omdat de neonaat van de COVID-positieve moeder nog niet besmettelijk is. Voor daarna zijn er 2 punten: 1) De veiligheid van medewerkers en andere patiënten. Dit is een lastige kwestie. In een box en met de juiste hygiënische maatregelen van medewerkers moet dit kunnen. Op een zaal is het standpunt op dit moment: nog niet. 2) De effectiviteit. De reden van noodzaak voor CPAP/HFNC is bij de neonaat bijna nooit (alleen) COVID. De effectiviteit wordt gelijk als bij andere neonaten beschouwd.
We hebben de laatste maand bijna geen kinderen meer met bronchiolitis. Daarbij is het een risico voor zorgpersoneel om deze vaccinatie bij mensen thuis te gaan zetten. Ons voorstel is daarom om de synagis-vaccinatie voor dit seizoen stop te zetten. Uitzondering daarbij: ernstige BPD waarvoor nog O2 thuis.
Er worden verschillende criteria gehanteerd van > 37.4 tot > 38.0 graden. Het koortscriterium van 37.4 graden is gebaseerd op het feit dat onder volwassen patiënten een deel geen koorts heeft bij presentatie in het ziekenhuis. Dit zal minder representatief zijn voor kinderen. Kinderen ontwikkelen gemakkelijker koorts en een afkappunt van 37.4 graden zorgt voor veel kinderen zonder luchtwegklachten die voldoen aan de casusdefinitie van verdenking COVID. RIVM hanteert > 38.0 graden, dat adviseren wij dus ook.
Bernhoven heeft een collegiale supportgroep vanuit HRM, waarbij ook de psychologen en de maatschappelijk werkers zijn aangeschoven. Zij zijn aanwezig tijdens de briefing en debriefing die dagelijks plaatsvindt bij de dienstwisselingen. Er wordt ook aandacht besteed aan gezonde voeding, voldoende slaap en beweging. Daarnaast is er een groepje artsen dat is opgeleid tot ‘peerspupporter’ (al vóór deze crisis), dat dagelijks op de afdelingen bij de artsen langsloopt.
In sommige studies onder volwassenen wordt obesitas als risicofactor beschreven, maar in andere weer niet: nog enigszins onduidelijk dus. Met het opstarten van de landelijke registratie COVID-patiënten in de kindergeneeskunde krijgen we hier hopelijk meer zicht op.
Dit advies is tot stand gekomen op basis van logica en enkele publicaties. In expiratiegas zitten bij geïnfecteerde patiënten virusdeeltjes, ook al is dit in lagere concentratie dan in een keelwat/spoelsel. Bovendien is het vrij normaal dat een patiënt gaat hoesten tijdens of door het vernevelen. Daarbij is dit advies ook ter bescherming van artsen en verpleegkundigen onderdeel van ons protocol geworden.
Indien de zwangere/moeder COVID-19-positief is, wordt het kind primair als positief beschouwd. Tot nu toe is er geen verticale transmissie beschreven. Er is een kleine kans dat er bij de geboorte virus-overgebracht plaatsvindt van moeder naar de neonaat. De neonaat is gedurende de latentietijd (dag 0 en 1) niet besmettelijk. Strikt genomen zou je dan de eerste dag het kind niet in isolatie moeten leggen, maar dat is niet heel praktisch. Een CPAP en masker- en ballon-beademing zien we dus ook niet als een hoog risico-handeling tijdens opvang en opname, omdat het kind de eerste twee dagen niet besmettelijk is. Het kind hoeft niet geïsoleerd (in een gesloten couveuse) te worden vervoerd naar de couveuse-afdeling.
Ons advies is om de zorgen voor het extra risico op besmetting en het overdragen hiervan op het eigen kind met de eigen werkgever te bespreken. Wellicht zijn er mogelijkheden om taken te ruilen, waardoor de ouder niet direct zelf in de frontlinie zit. Overigens is gebleken dat de meeste zorgmedewerkers die besmettingen oplopen dat buiten het ziekenhuis doen.
Een epidemiologische studie uit China van 2143 kinderen met (verdenking op) COVID-19 beschrijft 731 bevestigde en 1412 verdachte casus. De gemiddelde leeftijd van de kinderen was 7 jaar. De infectie in deze groep werd als volgt onderverdeeld: asymptomatisch, mild, matig, ernstig of kritiek. Veruit de meerderheid, namelijk 90%, was asymptomatisch (en werd getest omdat er exposure was geweest of het kind uit een risicogebied kwam), of had milde of matige symptomen. 5,2% had ernstige symptomen, resulterend in zuurstofbehoefte, 0,6% was kritiek en werd op een IC opgenomen voor invasieve beademing. Eén jongen van 14 jaar overleed. Wij kennen niet de verhalen van heel snel achteruitgaan, zoals dat bij volwassenen wordt gezien.
Daar is op dit moment geen behoefte aan, de Intensive Care Kinderen heeft nog voldoende capaciteit. Maar in uiterste gevallen is het een overweging.
Bij volwassenen is men terughoudend met prednisolon, omdat er casuïstiek is dat het juist een negatief effect kan hebben. Vandaar ook de discussie over prednisolon in de behandeling van astma en de uitspraken hieromtrent. Er is voor zover wij weten geen evidence of casuïstiek dat er wel een rol is.
Om een aanvraag in te dienen gaat u als volgt te werk:
Volg de stappen:
Van nascholing die na 1-1-2007 heeft plaatsgevonden kunnen de punten zijn bijgeschreven in het Persoonlijk Dossier in GAIA.
Er is geen bewijs dat gebruik van extra vitamine C een beschermende of onderdrukkende werking heeft.
Wij doen ons best om de aanvragen binnen de gestelde termijn te behandelen, maar dit is vanwege de overweldigende hoeveelheid individuele accreditatie aanvragen een grote uitdaging.
U kunt het beste eerst nakijken of uw aanvraag compleet is (met bewijs van deelname en programma) en of u in GAIA een bericht hebt ontvangen over de aanvraag. Wanneer beide zaken in orde zijn dan is het waarschijnlijk vanwege drukte dat er nog geen bericht is gekomen op uw aanvraag. Mocht u vanwege herregistratie haast hebben bij de aanvraag, dan wordt u geadviseerd contact op te nemen met het NVK bureau (nascholing@nvk.nl).
Voor vragen die met de techniek omtrent uw GAIA dossier te maken hebben, kunt u het beste contact opnemen met de artseninfolijn (030-2823250/ artseninfolijn@fed.knmg.nl). Voor inhoudelijke vragen, kunt u contact opnemen met het NVK bureau (nascholing@nvk.nl of 030-282 3349.)
Wij maken gebruik van cookies met als doel de website te verbeteren, wij kunnen u daardoor beter van dienst zijn.
Sluiten